Middeleeuwen 14 december 2018
 

Straffen

Schout en schepenen waren de mannen die de middeleeuwse stad bestuurden. Ook hielden ze zich met de rechtspraak bezig. Zij vaardigden zogenaamde keuren uit.  Wij zouden zeggen: wetten waaraan de burgers in de stad zich aan moesten houden. Steden in het Vlaamse deel van België kennen nog steeds de schepen als bestuurder. In Nederland heet zo iemand een wethouder. Als een stad groeide in inwonertal, kwam er teveel werk voor de schout en schepenen. Zij konden dan geholpen worden door een aantal burgers uit de stad. Deze burgers noemde men wel meesters, Burgemeesters. Schout en de schepenen bemoeide zich op den duur alleen met de rechtspraak. De burgemeesters bestuurden de stad.  

Schout en schepenen werden dus met de rechtspraak in de stad belast.  Welke straffen zij konden opleggen aan burgers die een overtreding of een misdaad begingen? Onze rechters kunnen gevangenis straffen opleggen. De schout en schepenen niet. Zij namen andere maatregelen, die in onze tijd niet meer worden toegepast. Iemand kon veroordeeld worden tot levering van een aantal stenen voor de bouw of reparatie van de stadsmuur. Hij droeg dan zijn steentje bij. In vroeger eeuwen gingen velen op reis om een bedevaart te maken. Dat hield in dat ze een heilige plaats bijvoorbeeld, het graf van Christus in Jeruzalem, gingen bezoeken. Zo'n bedevaartganger noemde men ook wel een pelgrim. Vaak was het een langdurige en gevaarlijke reis. Men liep de kans onderweg beroofd en zelfs gedood te worden. In de middeleeuwen kon de rechterlijke beslissing, het vonnis, inhouden dat men voor straf een bedevaart maakte, bijvoorbeeld maar Rome of Jeruzalem. Bij terugkeer moest zo iemand bewijzen dat hij zijn pelgrimstocht had volbracht. In veel steden mochten rijke mensen een strafbedevaart afkopen. Ze betaalden een flink bedrag aan de stad en hoefden dan niet op reis. 

Iemand kon ook verbannen worden. Dat betekende dat hij de stad moest verlaten en niet meer mocht terugkeren.  Men kon veroordeeld worden tot de schandpaal, ook wel kaak genoemd. Dat betekende dat men in het openbaar, bijvoorbeeld voor het stadhuis, werd vastgemaakt aan een paal. Dat gebeurde meestal op een marktdag als het erg druk was op straat. Zo stond de gestraften dan te kijk voor het publiek. Iedereen wist waarom hij aan de kaak werd gesteld.  

Dan waren er de vele afschuwelijke vormen van lijfstraffen. Het haar van een vrouw kon worden afgeschoren, wat een grote schande betekende. Een veroordeelde kon worden gegeseld. Hij werd langdurig met een stok of zweep geslagen. Ook geselde men in de middeleeuwen veel verdachten om hen tot een bekentenis te dwingen. Wie een diefstal pleegde, liep het risico dat men zijn hand afhakte. Maar ook deze straf kon worden afgekocht. 

 Als zwaarste straf kende men de doodstraf, door onthoofding of aan de galg. Heksen en ketters werden verbrand. Heksen waren vrouwen die ervan beschuldigd werden dat de contact hadden met de duivel. Daardoor zouden ze beschikken over duivelse krachten, waarmee ze mens en dier konden betoveren of schade toebrengen. Op hen paste men vaak de zogenaamde waterproef toe. ( zie op pagina 6: Heksen ) De ongelukkige vrouw werd met de linker duim aan het rechterbeen gebonden en zo in het water gegooid. Bleef ze drijven, dan werd ze schuldig bevonden en ter dood veroordeeld. Men noemde dit een godsoordeel. God zou aanwijzen wie schuldig en wie onschuldig was. Ketters waren mannen of vrouwen van wie men beweerde dat ze niet het echte geloof van de katholieke kerk aanhingen, maar een verkeerd geloof. Zij werden eerst gemarteld en dan ter dood gebracht.

 Pagina: 8/11 Vorige Vorige (7/11)    -   Volgende (9/11) Volgende 
Laatste nieuws
 
  Pageviews: 1951308