Middeleeuwen 21 augustus 2018
 

RIDDERS 

Vechten

Het werk van de ridder was het vechten met andere ridders. Ze bleven daardoor vaak heel lang weg, soms wel jaren. Ze moesten voor hun baas, die toen een 'heer' genoemd werd, vechten in oorlogen. Ook vochten ridders hun eigen twisten uit. Als je namenlijk een heel machtige ridder was, kon je altijd wel een reden vinden om ruzie te maken. Als je bijvoorbeeld een stuk land van iemand wilde inpikken, dan ging je met hem vechten, de ridder die het gevecht won, mocht het stuk land dan hebben. De manier waarop je iemand kon uitdagen was door hem je handschoen toe te werpen. Daarmee daagde je hem uit tot een tweegevecht.

Het was niet de bedoeling dat er iemand gedood werd, vandaar dat er ook spelregels waren en de ridders met een stompe lans (een lange stok) vochten. Maar het gebeurde vaak dat als twee vijanden elkaar in de ring tegenkwamen er wel gedood werd. Ook had je de kans om met je paard te verongelukken.

Gevechtsuitrusting

Een gevechtsuitrusting is de kleding die een ridder aan heeft tijdens zijn gevecht. In de loop van de riddertijd is deze kleding steeds ingewikkelder geworden. Oorspronkelijk hadden de ridders een maliënkolder aan. Dat was een soort uniform van allemaal ijzeren of koperen ringetjes. Daarbij hoorde een zogenaamde kapoetsmuts van hetzelfde materiaal die als een soort capuchon over het hoofd heen kwam. Omdat men het hoofd als het meest kwetsbare lichaamsdeel ging beschouwen, werd daar in de loop van de tijd een betere bescherming voor bedacht. Direct op het hoofd kreeg de ridder een muts met een zachte vulling. Daaroverheen werd de kapoetsmuts (de capuchon) gezet.

Daar bovenop werd een ijzeren beschermkapje gezet en een viltmuts werd de vierde laag. Tenslotte kreeg de ridder ook nog een ijzeren helm over dit alles heen. In de helm zat een kijkgat, dat het vizier werd genoemd. Dat kijkgat kon gesloten worden. De ridder had ook een lans. Die lans was wel 3 meter lang. Het zwaard van de ridder was ook heel belangrijk en persoonlijk. Ook in vredestijd hadden ze het zwaard altijd bij zich.

Omdat een ridder heel zwaar was als hij zijn hele gevechtsuitrusting aan had, moest hij op zijn paard gehesen worden. Als hij van zijn paard gestoten was, lag hij hulpeloos op de grond totdat er een eind aan zijn leven gemaakt werd, of hij als buit werd weggevoerd.

Wapenteken

Al die ijzeren vechtjassen te paard leken erg op elkaar. Het werd moeilijk om in de strijd vriend van vijand te onderscheiden. Men ging daarom zoeken naar een herkenningsteken. Daarom bedacht men het wapenteken. Zo herkende iedereen elkaar. Het wapenteken werd overal opgezet. Bijvoorbeeld op het schild van een ridder. Over de wapenuitrusting werd vaak een mantel gedragen om de kostbare wapenuitrusting te beschermen tegen weer en wind. Op die mantel werd het wapenteken door vrouwen geborduurd. Op de banier, een soort vlaggetje, stond ook het wapenteken.

Opvoeden van een ridderzoon

De hele opvoeding van een ridderzoon was gericht op het vechten te paard. Zijn leven kunnen we indelen in drie keer zeven jaar. In de eerste zeven jaar speelde hij riddertje. Soms moest hij mee op een tocht met zijn vader. Hij sliep dan in de paardestal. Als hij zeven jaar was dan werd hij een page, dit betekende dat de ridderzoon bij een bevriend ridder of vorst ging wonen. Hij leerde daar om te gaan met een zwaard, lans en schild, heel goed paardrijden en hij oefende zwemmen, boogschieten en schermen. Van de kasteelvrouwe leerde hij hoe hij gasten moest ontvangen op het kasteel en hoe hij die gasten lekker eten kon geven.Na zijn periode als page ging de ridderzoon als schildknaap werken. Dat kon alleen als hij heel ijverig was geweest als page. Hij was een soort "assistent" van de ridder en diende de heer persoonlijk. Als taken had hij onder andere het dragen van het schild en de lans van de heer. Niet alleen op het slagveld, maar ook thuis op de burcht stond de schildknaap steeds voor zijn heer klaar. Hij bediende hem zelfs aan tafel en speelde met zijn heer het ingewikkelde schaakspel gedurende de lange winteravonden.

Als de schildknaap 21 werd, was hij eindelijk toe aan de ridderslag. De hofgeestelijke zegende het zwaard van de nieuwe ridder. Daarna werd hij door zijn heer met de platte kant van het zwaard op zijn schouder of rug geslagen. In het begin van de riddertijd was dit een eenvoudige plechtigheid. Later groeide dit uit tot een grote godsdienstige plechtigheid.

 Pagina: 4/11 Vorige Vorige (3/11)    -   Volgende (5/11) Volgende 
Laatste nieuws
 
  Pageviews: 1928487